Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigation

U bent hier: Home / Studie / Mohammed in de Bijbel

Mohammed in de Bijbel

by De Rector — last modified 19-07-2015 09:55
Opgeslagen onder:

In de Bijbel wordt steeds vooruit verwezen naar profeten die in de toekomst komen. Ook wordt in de Bijbel steeds terug verwezen naar eerdere voorzeggingen. Het Oude Testament verwijst vooruit naar bijvoorbeeld Jezus Christus. Het Nieuwe Testament verwijst terug naar die eerdere vooruitwijzing. In de christelijke en joodse wereld wordt bij meerderheid ontkend dat het Oude en het Nieuwe Testament tevens vooruit wijzen naar Mohammed.

Dat de vooruitwijzingen naar Mohammed voor de gemiddelde westerling niet makkelijk te herkennen is in Bijbel is het gevolg van de vertalingen vanuit het Grieks en Latijn naar westerse talen. Meeste namen hebben een betekenis. Cor betekent bijvoorbeeld “hart”. In de westerse vertalingen is de betekenis van de naam Mohammed in de Bijbel opgenomen en niet de naam zelf. Dit fenomeen heeft zich ook voorgedaan met de naam van G-d. G-d is niet bij zijn heilige naam opgenomen terwijl zijn G-ddelijke unieke naam in de authentieke Hebreeuwse teksten bijna 7000 voorkomt. Het gebruik van de naam van G-d is in het Jodendom in het ongebruik geraakt. Jehova is de naam van de Eerste Geest. G-d is zijn titel. Er is slechts één G-d. Joden gebruiken Elohim als woord voor G-d.

Islamieten gebruiken Allah. Alla en Elohim zijn woorden die aan elkaar verwant zijn. Taal vergelijkend staan de Indo Europese talen duidelijk naast elkaar op een rij. De Semitische talen ook. Shalom en Salam. Hebreeuws en Arabisch zijn verwante talen. Wanneer Joden het hebben over Elohim is dat dezelfde G-d als Allah. Daartussen is geen enkel verschil. De G-d van het Oude Testament is precies dezelfde eeuwige G-d als de G-d van de Koran. Deze G-d is ook de G-d van het Nieuwe Testament want het is de G-d van Jezus Christus. Het verschil tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament is niet de G-d. Het verschil is het verbeterde verbond wat G-d door bemiddeling van Jezus is aangegaan met zijn volgers.

Onder andere de volgende teksten zijn van belang in de Bijbel om te begrijpen dat de Bijbel feitelijk vooruit wijst naar Mohammed:

Deuteronomium 18:15: 

Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de Heere, uw G-d, verwekken; naar Hem zult gij horen;.

Hier is profeet Mozes aan het woord. In de Christelijke theologie wordt gezegd dat hier met “een profeet” Jezus Christus bedoeld wordt. Dit kan evenwel niet blijken omdat de profeet die verwekt wordt gelijk is aan Mozes (gelijk mij). Jezus Christus is niet gelijk aan Mozes. Mozes was een grote profeet en Jezus was groter. Er zijn grote verschillen tussen Mozes en Jezus. Alleen al de wijze waarop zij verwekt zijn is een gigantisch verschil. Mozes is gewoon verwekt en Jezus is onbevlekt ontvangen. Jezus is hoger dan Mozes. Jezus wordt bijvoorbeeld gelijk gesteld aan Het Woord. Jezus was eerst Het Woord (Joh 1:1-2). Het verbond van Mozes werd met dierenbloed ingewijd (Ex. 24:6-8), dat van Christus met Diens eigen bloed (Matt. 26:28; Luc. 22:20). Er zijn ook gelijkenissen tussen Mozes en Jezus. Bijvoorbeeld dat hen de woorden door G-d in de mond zijn gelegd. Dit is evenwel een gelijkenis die alle profeten met elkaar gemeen hebben. In het christendom worden deze overeenkomsten benadrukt terwijl het om de verschillen gaat. Het is opportunistisch redeneren van Papen waardoor in de westerse wereld in dit vers van Deuteronomium kortzichtig een vooruitwijzing naar Jezus gelezen wordt.

 Deuteronomium 18:18:

Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal

 Mozes staat hier tegenover de Israëlieten die hij uit Egypte geleidt heeft. Van belang is hunner broederen. Hun slaat hier op de groep Israëlieten waartegen Mozes spreekt. De broeders van de Israëlieten zijn de Ismaëlieten. De Israëlieten zijn de nakomelingen van de tweede zoon van Abraham die hij verwekt heeft bij zijn vrouw: Isaak. De bloedlijn van van Isaak wordt in de Bijbel nauwkeurig gevolgd tot en met Jezus Christus in verband met het erfrecht van de nalatenschap van Abraham. De bloedlijn van de eerste zoon van Abraham die hij bij een bijvrouw verwekt heeft wordt in de Bijbel zijdelings gevolgd omdat deze bloedlijn geen erfrechten toekomst. Het verbond wat G-d met Abraham gesloten heeft is evenwel ook gesloten met de twee zonen, wat gedemonstreerd wordt door de besnijdenis van Isaak en Ismael. “Hun broeders” in Deuteronomium slaat op de Ismaëlieten die via Kedar (de tweede zoon van Ismael – Gen 25:13) Mohammed hebben voortgebracht.

Dat de profeet die in Deuteronomium 18:15 bedoeld wordt en die gelijk is aan Mozes niet voorkomt uit de groep Israëlieten (Israël) wordt benadrukt in Deuteronomium 34:10:

 En er stond geen profeet meer op in Israël, gelijk Mozes, dien de Heere gekend had, van aangezicht tot aangezicht.

 Dat Jezus bedoelt zou worden in Deuteronomium 18:15 is onwaarschijnlijk. Dit wil overigens niet zeggen dat met de voorzegde profeet uit Deuteronomium vanzelfsprekend Mohammed uit de Koran bedoeld wordt. De kanonieke boeken behandelen tientallen profeten. Dat Mohammed hier wel het meest waarschijnlijk is bedoeld volgt uit de samenhang met andere verwijzingen in het Oude en Nieuwe Testament.

 In het Hooglied wordt Mohammed nadrukkelijk één keer met naam en toenaam genoemd. In de Staten Vertaling staat zijn naam vertaald in de betekenis van die naam. Hooglied is subliemste lied van Koning Salomo (Hooglied 1:1). Daarin bejubelt een meisje zo zwart als de tenten van Kedar (Hooglied 1:5) haar liefde voor een herder. Kedar is de tweede zoon van Ismael (Genesis 25:13). Volgens de Islamitische overlevering komt Mohammed voort uit zijn bloedlijn. Om te begrijpen dat Mohammed bij naam en toenaam genoemd wordt is het noodzakelijk Hooglied 5:16 te analyseren aan de hand van de Hebreeuwse tekst. In de Staten Vertaling staat het volgende in Hooglied 5:16: 

Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!

 In de Hebreeuwse vertaling van het Hooglied staat hier:

 Hikko Mamittakim we kullo Muhammadim Zehdoodeh wa Zehraee Bayna Jerusalem

Muhammadim is de meervoudsvorm van Muhammad. Net als Elohim, wat G-d betekent, is Mohammed hier in meervoud geschreven om zijn grootsheid te onderstrepen. In het Hebreeuws heeft de meervoudsvorm niet alleen een kwantitatieve betekenis. Het heeft ook een kwalitatieve betekenis. Het benadrukt de Majesteitelijkheid van Mohammed. In het geval van Elohim benadrukt het de Majesteitelijkheid van G-d zonder dat in het Jodendom bedoeld wordt dat er meer dan één G-d is. De wortel van de tekens Mohammed is makhamad of chamad. In het Engels wordt Hooglied 5:16 als volgt vertaald:

 His mouth is sweetness itself; he is altogether lovely. This is my beloved, this is my friend, daughters of Jerusalem.

Altogether loverly” is de betekenis van de naam Mohammed. In het Nederlands ook vertaald als “de geprezene1. Met andere woorden de Staten Vertaling hoort om volledig te zijn en het dichts bij de authentieke brontekst te blijven Hooglied 5:16 eigenlijk te vertalen als:

Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is Mohammed. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!

 Of meer modern vertaald:

Zijn gehemelte is enkel zoetigheid; hij is Mohammed. Hij is mijn liefste, dit is mijn vriend, dochters van Jeruzalem.

 Hierbij is van belang bewust te zijn dat de naam van G-d ook uit de Staten Vertaling verdwenen is.

De Bijbel is de heilige wil van de Soevereine Heer van het universum. Zijn unieke G-ddelijke naam komt in de Hebreeuwse bronteksten bijna 7000 keer duidelijk voor. In latere tijden is dat weggelaten of verdoezeld. Het waarom daarvan is mogelijk te verklaren aan de hand van de strijd tussen G-d en Satan om de macht over de aarde en de mensheid. In de Hebreeuwse Geschriften komt de naam Jehova 6973 maal voor en en in de christelijke Griekse Geschriften 237 maal. De naam Mohammed komt één maal voor in Hooglied 5:16. De namen van G-d en Mohammed in ere herstellen in de Statenvertaling is een dankbare opdracht voor de “Hoog-mogende Heren der Staten-Generaal der Nederlanden”.

 Er zijn meerdere aanwijzingen in het Oude en het Nieuwe Testament waaruit blijken kan dat Mohammed als profeet voor alle volgers van Jehova voorzegd is. Deze aanwijzingen zijn terug te vinden in Jesaja. Jesaja 19:4:

 En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere Heere der heirscharen.

 Het gaat in deze om de woorden “harde heren” en “strenge koning”. Dan Jesaja 19:20:

En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den Heere der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot den Heere roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen.

 En Jesaja 19:25:

 Want de Heere der heirscharen zal hen zegenen, zeggende: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, en de Assyriërs, het werk Mijner handen, en Israël, Mijn erfdeel!

 Hier gaat het om de woorden: “Mijn volk, de Egyptenaars, en de Assyriërs”. G-d spreekt hier over zijn volk de Egyptenaren en de Assyriërs, die zich onderscheiden van Israël als het volk van G-d. De Egyptenaren en Assyriërs zijn ook een volk van G-d en voor hen zal hij een meester zenden die hen verlost. In de christelijke theologie wordt gedacht dat hier Jezus Christus bedoeld wordt waardoor de Arabische wereld in die gedachte gekerstend worden moet. Die gedachte doet geen recht aan Het Woord en moet begrepen worden als hineininterpretieren om de macht van de christenheid te vestigen, overigens in de context van het plan van Satan om de mensheid volledig onder zijn bestuur te plaatsen.

 Dan zijn er ook concrete aanwijzingen in Johannes terug te vinden waaruit blijkt dat Jezus persoonlijk een andere Trooster vooraankondigt.

 Johannes 14:16

 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;

 Johannes 14:26

Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

 Johannes 15:26:

 Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.

 Johannes 16:7:

Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.

gearchiveerd onder: